Nulurencontracten verdwijnen officieel per 1 januari 2028 in Nederland. Ze worden vervangen door bandbreedtecontracten, een nieuw arbeidscontract met vaste minimum- en maximumuren. Deze ingrijpende wijziging is onderdeel van de Wet Meer Zekerheid Flexwerkers, die in mei 2026 door de Tweede Kamer is aangenomen en nu ter behandeling bij de Eerste Kamer ligt. Met deze wet wil de overheid de flexibiliteit van werkgevers combineren met meer zekerheid voor werknemers binnen de flexibele schil. Voor veel werkgevers en medewerkers betekent dit de start van een periode van aanpassing en discussie over de praktische uitwerking.
Bandbreedtecontract: een nieuw model voor flexibel werk
De kern van het bandbreedtecontract is het vastleggen van een minimum- en maximumaantal uren per week of maand, waarbij het maximum maximaal 30 procent hoger mag zijn dan het minimum. Dit biedt werknemers meer voorspelbaarheid in hun werktijden en inkomen dan een nulurencontract, waar ze alleen betaald krijgen voor daadwerkelijk gewerkte uren zonder vaste garantie. Bij een minimum van 10 uur per week mag het maximum dus niet boven 13 uur uitstijgen. Werknemers kunnen oproepen boven het maximum weigeren. Dit vergroot hun controle over werktijden. Structureel meerwerk moet leiden tot een aanpassing van het contract, waarmee de werkgever niet langer mag blijven uitzenden op basis van een lager aantal uren.
Behouden van flexibiliteit voor specifieke groepen
Hoewel nulurencontracten in principe worden verboden, gelden er uitzonderingen voor studenten, scholieren en AOW-gerechtigden. Voor hen blijft het mogelijk om op nulurenbasis te werken. Deze groepen worden vaak ingezet op basis van onvoorspelbare beschikbaarheid, bijvoorbeeld in retail of horeca. Door deze uitzondering behoudt de arbeidsmarkt een zekere flexibiliteit die aansluit bij de kenmerken en wensen van deze werknemersgroepen. De wet probeert zo een balans te vinden tussen flexibiliteit en zekerheid, waarbij kwetsbare groepen niet onnodig worden beperkt in hun werkmogelijkheden.
Zorgsector vreest gevolgen voor kwaliteit en kosten
Werkgevers in sectoren met veel oproepkrachten, zoals de ouderenzorg, reageren kritisch op de aangekondigde wetswijziging. ActiZ, de branchevereniging van zorgaanbieders, waarschuwt dat de afschaffing van nulurencontracten kan leiden tot hogere loonkosten en een afname van de zorgkwaliteit. In de praktijk is het lastig om met bandbreedtecontracten flexibel in te spelen op pieken in de zorgvraag. Hierdoor dreigen instellingen vaker te moeten terugvallen op duurdere zzp’ers en externe uitzendkrachten om gaten in de roosters te vullen. Dit zet druk op bestaande budgetten en kan werknemers vaker in tijdelijke en dure dienstverbanden plaatsen, wat opnieuw tot onvoorspelbaarheid en onrust kan leiden.
Voorbereiden op de overgang neemt tijd in beslag
De ingangsdatum van 1 januari 2028 lijkt nog ver weg, maar het op tijd aanpassen van contracten en personeelsbeleid vergt flinke voorbereiding. Werkgevers doen er verstandig aan nu al na te denken over de consequenties voor hun organisatie. Contracten zullen herzien moeten worden. De planning- en roostermethoden moeten waarschijnlijk worden aangepast om te voldoen aan de nieuwe regels. Ook is het raadzaam om tijdig met medewerkers te communiceren over de veranderingen. Alleen met een gestructureerde aanpak kan de continuïteit en het vertrouwen binnen teams gewaarborgd blijven terwijl de wetgeving verandert. Wie had gedacht dat papierwerk spannend kon zijn?
Waarom deze stap naar meer zekerheid noodzakelijk is
Nulurencontracten zorgen al jaren voor kritiek vanwege de onzekerheid voor flexwerkers over hun inkomen en werktijden. Ze bieden werkgevers maximale flexibiliteit. Werknemers worden vaak geconfronteerd met onregelmatig werk en financiële onzekerheid. Met de introductie van bandbreedtecontracten wordt een middenweg gezocht tussen die flexibiliteit en de behoefte aan voorspelbaarheid. Dit is niet alleen beter voor de individuele werknemer, maar kan op termijn ook bijdragen aan een stabielere arbeidsmarkt. Toch is het een complexe opgave om deze balans eerlijk te houden voor alle betrokken partijen zonder onbedoelde negatieve effecten.
De balans tussen flexibiliteit en zekerheid blijft een uitdaging
De nieuwe wetgeving laat zien dat de overheid de afgelopen jaren manieren heeft gezocht om flexibele arbeid beter te reguleren. Bedrijven moeten moeite doen om flexibel te blijven, zeker in sectoren met sterk wisselende vraag. Het bandbreedtecontract is een innovatieve poging om het beste van twee werelden te combineren, maar de praktijk zal uitwijzen hoe goed deze nieuwe contractvorm werkt. Het is mogelijk dat werkgevers creatieve oplossingen vinden om binnen de regels te blijven opereren, of dat gewijzigde structuren ontstaan, zoals het vaker inschakelen van externe krachten. Dit maakt het proces van transitie minstens zo spannend als het resultaat.
Hoe organisaties hiermee omgaan, kan uiteindelijk veel zeggen over de toekomst van flexibel werk in Nederland. Blijft de flexibiliteit bewaard, of werpt het nieuwe systeem juist nieuwe barrières op? Het is een ontwikkeling om de komende jaren scherp te volgen.
Photo by Romain Dancre on Unsplash